![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Speen niet bij te lage krachtvoederopnames (10-03-2008)Titel: Speen niet bij te lage krachtvoeropnames! Lot Bos en Gert van Trierum, Denkavit Nederland B.V.
Inleiding Eén van de subdoelstellingen van de kalveropfok is het bereiken van een vroege en goede voormaagontwikkeling, zodat een kalf na het spenen zonder speenvertraging doorgroeit. In de praktijk blijkt dat veel melkveehouders zich dit onvoldoende bewust zijn. Kalveren worden op basis van verschillende criteria gespeend. Dit varieert van minimale leeftijd, gewichtsontwikkeling, krachtvoeropname per dag tot het spenen op gevoel. Dit leidt tot heel verschillende totale opnames van kalver- of koemelk in kortere of langere periodes. In dit artikel wordt een onderzoek beschreven, waarbij 2 bestaande voerconcepten zijn vergeleken. Gekeken is naar de invloed van het vroeg spenen op de groei, voeropname en het gezondheidsverloop van fokkalveren t.o.v. dieren die gedurende een langere periode melk verstrekt kregen.
Conceptvergelijking Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op het proefbedrijf van Denkavit te Voorthuizen met 5 koppels van in totaal 140 zwartbonte stierkalveren per proefgroep. Deze kalveren werden aangevoerd op een leeftijd van ruim 10 dagen met een gemiddeld gewicht van 44 kg. De volgende concepten werden vergeleken (tabel 1):
Tabel 1. Voerschema volgens Denkavit concept en het vroeg spenen concept.
In beide proefgroepen werden in de vergelijking 3 koppels gevoerd met de drinkautomaat en 2 met de emmer. De kalveren aan de automaat werden op houten roosters gehouden; de emmer gevoerde kalveren werden de eerste 6 weken gehuisvest op stro. De minimum staltemperatuur bij opzet was 18 °C. De A-groep werd gespeend op 9 weken na opzet, bij een opname van tenminste 1,8 kg kalverkorrel per kalf per dag. De kalveren in de B-groep werden gespeend wanneer gedurende 3 achtereenvolgende dagen minimaal 750 gram kalverkorrel per kalf werd opgenomen. In beide groepen werd dezelfde hoogwaardige smakelijke kalverkorrel gevoerd met een ruwe celstof gehalte van 12 %. Als hooi werd een gehakseld product aangeboden. De snijmaïs bevatte 34 % droge stof.
Tijdens de proefperiode van 84 dagen bleken duidelijke verschillen op te treden.
Gezondheidsverloop Beide groepen zijn goed gestart zonder ernstige verteringsstoornissen. Ook later in de opfokperiode bleef de mest van een goede consistentie. In de groepen aan de drinkautomaat kwamen meer kalveren met longaandoeningen voor en moesten koppelkuren worden ingezet. Ten opzichte van proefgroep B (vroeg spenen), bleek de controlegroep A:
Tabel 2. Uitval en medicijnkosten van kalveren gevoerd volgens het Denkavit concept v vergeleken met vroeggespeende kalveren
Gewichtsontwikkeling
Figuur 1. De gemiddelde dagelijkse groei van kalveren gevoerd volgens het Denkavit concept vergeleken met vroeggespeende kalveren.
Figuur 2. Gemiddeld gewichtsverloop van kalveren gevoerd volgens het Denkavit concept vergeleken met vroeggespeende kalveren.
Voeropname De voeropname was in beide groepen goed. In de B-groep werd een krachtvoeropname van 750 gram per kalf per dag voor de helft van de kalveren in de 4e week behaald, de rest van de kalveren een week later. Hierna werden de kalveren, wanneer ze goed gezond waren gespeend. Ten opzichte van de A-groep bleek de proefgroep B:
Figuur 2. Gemiddelde krachtvoeropname van kalveren gevoerd volgens het Denkavit concept vergeleken met vroeggespeende kalveren.
De volledige groei- en voeropnamecijfers staan vermeld in tabel 3.
Tabel 3. Groei en voeropname van kalveren gevoerd volgens het Denkavit concept vergeleken met vroeggespeende kalveren
Bespreking en aanbevelingen Spenen op grond van een minimale opname aan kalverkorrel per dag is een goede graadmeter voor de speenbaarheid van fokkalveren. Een opname van 750 gram per dag blijkt echter onvoldoende om een forse speendepressie en extra gezondheidsrisico’s te voorkomen. Uit onderzoek en in de praktijk blijkt het spenen bij een opname van 1,5-2 kg kalverkorrel per dag uitstekende groeiresultaten te geven, waarbij de risico’s op ontsporingen beduidend kleiner zijn. Hoe vroeger deze krachtvoeropname kan worden bereikt, hoe eerder gespeend kan worden. De volgende aanbevelingen kunnen de bijvoeropname stimuleren:
Conclusies Uit het beschreven onderzoek blijkt duidelijk dat vroeg spenen bij een lage kalverkorrelopname per dag meer risico’s laat zien van uitval en heterogene groei, zeker in omstandigheden met een hoge infectiedruk. Hoewel vroeg gespeende kalveren eerder en meer kracht- en ruwvoer opnemen, blijkt de daggroei achter te blijven, zelfs wanneer sprake is van hoogwaardig krachtvoer.< « terug naar nieuwspagina ga naar alle vaktechnische publicaties » |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||

